Onderhoud
Tips voor onderhoud
Maaien
- Maai niet te kort. Zeker de eerste maaibeurt niet te kort maaien. De juiste maaihoogte is ongeveer 2,5 centimeter. Wanneer het gras te lang is ventileert het slecht en komt er minder zonlicht onderin de grasmat waardoor de grasmat ‘open' of ‘hol' gaat kijken.
- Maai het gazon wekelijks. Vaak maaien zorgt voor een goed gesloten grasmat.
- Laat geen maaisel liggen. Ruim dit direct op. Wanneer er teveel maaisel ligt kan het onderliggende gras gaan ‘stikken'. Dit is ook het geval met bladeren. Probeer daarom, vooral in de herfst, uw gazon ook bladvrij te houden.
- Zorg ervoor dat uw maaimachine in goede conditie is (een goed geslepen mes en goed afgesteld, laat dit aan de vakman over).
- Maai niet als de komende nacht vorst dreigt.
Bemesting
- Bemest regelmatig (4 à 5 keer per jaar). Dit is nodig voor een gezond en mooi gazon. Zorg er vooral voor dat de meststof genoeg stikstof bevat. Stikstof (N) zorgt voor een goede grasgroei en een mooi en stevig gazon.
- Strooi de kunstmest op een droog gazon, dus niet wanneer het gras nat is!! Hierdoor vallen de korrels ‘onderin' en wordt voorkomen dat de kunstmest aan de grassprietjes blijft plakken en het gras kan verbranden. Zorg ervoor dat de kunstmest goed oplostdoor voldoende water te geven.
- Afhankelijk van het seizoen heeft u verschillende mestsoorten nodig. Tegenwoordig zijn er mestsoorten die enkele maanden effectief blijven. Laat u hiervoor informeren door uw hovenier/ tuincentrum of groenwinkels zoals de Boerenbond/Welkoop.
Verticuteren
- Één of tweemaal per jaar de grasmat verticuteren zorgt ervoor dat licht, lucht en water makkelijker doordringen. Goed voor een gezondere grasmat!
- Na verticuteren is het verstandig om wat graszaad te strooien. Informeer hiervoor bij uw hovenier/ tuincentrum of groenwinkels zoals de Boerenbond/Welkoop.
Sproeien
- Bij normale omstandigheden heeft gazon geen besproeiing nodig. Bij droogte in het voorjaar of zomer moet er echter wel gesproeid worden.
- Sproei bij voorkeur s'avonds of s'morgens vroeg. Op deze manier kan het water rustig in de grond dringen en bovendien verdampt er dan minder water.
- Let op!: bij een pas aangelegd gazon moet meerdere keren per dag gesproeid worden. Vooral bij zomerse temperaturen (en veel wind) moet ervoor gezorgd worden dat het gazon goed vochtig blijft.
- Zeker de eerste keer na aanleg mag de grond door en door nat zijn. Door een stukje van de zode op te tillen is makkelijk te zien of de grond ook goed nat is.
Onkruid
- Onkruiden, denk aan de paardebloem, klaver, het madeliefje en dergelijke zijn over het algemeen makkelijk te verwijderen uit uw gazon. Vaak kunt u onkruiden verwijderen door ze met de hand uit te steken. Bij grote onkruidbezetting kunt u een bestrijdingsmiddel gebruiken. Dit vergt echter wel professioneel gebruik. Informeer hiervoor bij uw plaatselijke tuincentrum/ hoveniersbedrijf. Zij kunnen u informeren over onkruidbestrijdingsmiddelen en het gebruik hiervan.
- In de wat oudere gazons komen ook vaak grassoorten voor die u helemaal niet in uw gazon wilt hebben. Vaak zijn dit de zogenaamde pollen of grove zaadstengels. Wanneer u deze tijdig herkent en uitsnijdt, voorkomt u dat in de loop der jaren uw gazon bezaaid staat met bonte grassoorten.
Mos
- Bij optimale omstandigheden krijgt mos helemaal geen kans. Té kort maaien en schaduwrijke plekken zijn de belangrijkste oorzaken van mosvorming. Mos kan worden bestreden door het strooien van ijzersulfaat. Wanneer vervolgens het gazon goed wordt bemest zal het voldoende groei, weerstand en kracht hebben om het mos te overwinnen.
Emelten
- Emelten zijn de larven van de langpootmug en kunnen een lengte bereiken van zo'n 3 tot 5 cm. Deze grijze maden bevinden zich in de bovenst 2 à 3 centimeter van de grond en vreten vooral 's nachts aan de wortels en de stengelbasis. De volwassen langpootmug legt in augustus-september eitjes af in het gazon. Hieruit ontwikkelen zich dan de emelten die de wortels van het gazon kaal vreten. In de zomer kan het gazon pleksgewijs geelbruin verkleuren. Bij vochtige regenachtige omstandigheden treft men deze larven eventueel ook aan op het natte terras. Pas wanneer er tientallen emelten op één vierkante meter zitten, kan aanzienlijke schade worden aangericht. Chemische bestrijdingsmiddelen tegen emelten zijn niet meer toegestaan. Informeer voor bestrijding van emelten bij de gespecialiseerde tuinvakhandel.
Engerlingen
- Engerlingen zijn de larven van de mei- of junikever. Deze larven vreten zich een weg door de wortels van uw gazon. Het zijn witte C-vormige larven met een dik zakvormig achterlijf en een bruine kop. De aanwezigheid van eksters of kraaien kan een aanwijzing zijn dat er zich engerlingen in uw gazon bevinden. Chemische bestrijdingsmiddelen tegen engerlingen zijn niet meer toegestaan. Informeer voor bestrijding van engerlingen bij de gespecialiseerde tuinvakhandel.
Sneeuwschimmel
- Sneeuwschimmel komt meestal voor in de herfst of winter. Je kunt de schimmel herkennen aan bruin/oranje, pluisachtige plekken in het gazon. De oorzaak is meestal lang gras wat bij vochtig weer slecht ventileert. Wanneer het gras netjes ‘kort' gemaaid de winter ingaat, zal sneeuwschimmel niet snel de kans krijgen. Ontstane schade door sneeuwschimmel groeit er in het voorjaar vaak weer probleemloos uit.
Regenwormen
- U ziet kleine modderige zandhoopjes op het gazon ontstaan, vaak in de herfst en voorjaar. Regenwormen brengen het gazon géén schade toe. Integendeel, het zijn nuttige organismen. De structuur van de bodem wordt op deze manier verbeterd/ bevorderd.
Overig
- Loop niet over uw gazon als er een pak sneeuw op ligt of als het gras bevroren is. Een pak sneeuw is in tegenstelling tot een laag bladeren geen probleem!
Deze inhoud vereist Adobe Flash Player 8.0.
U kunt hier een nieuwe versie Adobe Flash Player downloaden.
![]()
